Page 1 of 1
Dragons of Flame
Posted: Mon Aug 31, 2009 15:25
by Marijn
28 augustus
Een leger is vanuit het noorden door de Plains getrokken, en heeft Que-Shu en Que-Kiri van de kaart geveegd. Goldmoon en Riverwind lijken de enige overlevenden van hun stam, al putten ze hoop uit de afwezigheid van de lijken van vrouwen en kinderen. Sporen van hagedismannen en (hob)goblins, gevolgd door grote karren vormen lange littekens in het land, vergezeld van uitgestrekte verbrande velden en gebouwen, die zelfs dagen nadat het leger vertrokken is nog warm aanvoelen.
De rollende vlaktes zijn leeg; alleen het huilen van de kille wind, het gegorgel van de besmette beken en het krassen van de feestende kraaien verbreken de stilte. Jullie doorzoeken Que-Shu, maar vinden niet veel behalve lijken van krijgers en hobgoblins. Na een kort overleg besluiten jullie naar het westen af te reizen, op zoek naar eten...jullie voorraden beginnen nu echt op te raken. Daarnaast willen jullie Haven bereiken, waar een Zoeker genaamd Elistan jullie misschien kan helpen.
Als jullie een uur gaans ten oosten van Que-Shu een kamp opmaken, worden jullie in de duistere nacht aangevallen door lijkenvreters - ooit bekenden van Riverwind en Goldmoon. Jullie weten ze te verslaan, maar Tika en Caramon zijn verzwakt na de aanval. Ook het verwoeste Que-Kiri is niet veilig: jullie vinden de oude Drie-Garen (die spreekt van vuurspuwende hagedismannen ter grote van huizen) en het lijk van Goldmoons vader (Arrowthorne, het stamhoofd van Que-Shu). Caramon probeert Drie-Garen te overtuigen om mee te gaan naar Solace, maar uiteindelijk vraagt Goldmoon hem naar het zuiden af te reizen, achter zijn stam aan, en overlevenden van Que-Shu te vertellen dat zij nu hun stamhoofd is, en dat ze achter hen aan zal reizen.
Dan worden jullie aangevallen door een patrouille van rood-geklede hagedismannen, die met scherpe wapens en magie proberen jullie te omsingelen. Een kort maar hevig gevecht ontstaat, en uiteindelijk weet ongeveer de helft van de hagedismannen te ontkomen. Een ding is zeker: de Plains zijn niet langer veilig...en...achter de westelijke Sentinel Peaks, waar de vallei van Solace is, komen grote rookwolken omhoog.
Re: Dragons of Flame
Posted: Tue Sep 15, 2009 22:47
by Marijn
13 september
Jullie besluiten Que-Kiri snel te verlaten, en trekken westwaarts over de Sentinel Peaks naar Solace. Op de pas kunnen jullie het dal van Solace zien, en inderdaad: de zwarte rookpluimen die jullie al eerder zagen zijn de restanten van de machtige vallenwood-bomen die daar ooit stonden. Solace is gevallen! Jullie lopen en lopen; uiteindelijk begeven Raistlins benen het en zien jullie je gedwongen in de donkere heuvels te overnachten. Na het haastig vergaarde avondeten neemt Tanis afscheid van jullie: hij zal naar Qualinesti in het zuiden reizen, om de elven te waarschuwen, en daarna naar Flint en de dwergen die ten zuiden van het fort Pax Tharkas wonen. Jullie spreken af elkaar weer te zien bij Flints huis, in Hillhome. Caramon spreekt stemmige woorden, en dan zien jullie Tanis wegglippen, de intredende duisternis in.
Tijdens Riverwinds wacht worden jullie overvallen door een drietal enorme hongerige wolven, maar als jullie die verjaagd hebben keert de rust over het kamp weer. Dan opnieuw een lichtpunt in het donker dat jullie omringt: Caramon slaagt er in zijn wonden te genezen, met de kracht van Mishakal! Een teken van hoop in bange tijden.
De volgende ochtend naderen jullie voorzichtig Solace, en proberen er achter te komen wat er aan de hand is. Er wordt een palissade rond het dorp gebouwd - hij is bijna af. De openingen worden bewaakt door hagedismannen, en het werk wordt uitgevoerd door dorpelingen. Tasslehoff gaat op verkenning en kan vertellen dat de smidse en de herberg nog in gebruik zijn, en dat er grote karren op de dorpsplaats opgesteld staan, en de elanden die ze trekken staan verderop in het dorp. Bovendien zijn er naast de hagedismannen ook tientallen goblins en hobgoblins in het dorp.
Tasslehoff en Tika zijn onderweg gevolgd in het bos, en hoewel jullie op zoek gaan naar deze mysterieuze persoon en proberen contact te leggen, vinden jullie alleen een spoor dat weer het bos inleidt. Wie het ook is - hij heeft verstand van het bos, zoveel is duidelijk. Maar: waarschijnlijk is het geen vriend van de hagedismannen.
Na een goed gesprek besluiten jullie dat de gevangen genomen dorpelingen bevrijd moeten worden, en dat ze daarna zelf in de bossen en bergen zullen moeten overleven. Er zijn twee plaatsen waar aan de palissade gebouwd wordt, en jullie kiezen er een voor een verrassingsaanval. Die slaagt wonderwel, hoewel Caramon er in slaagt en het lukt jullie om zeven van de negen gevangenen te bevrijden. Maar dan zijn de in het rood geklede troepen gewaarschuwd, en begint een woeste achtervolging...
Re: Dragons of Flame
Posted: Fri Oct 30, 2009 16:26
by Marijn
25 september
De hobgoblins en hagedismannen zetten een achtervolging in terwijl jullie het bos bij Solace inrennen. Al snel stuiten jullie op een splitsing, en Tasslehoff houdt het tempo niet bij. Goldmoon, Riverwind en Caramon gaan met de bevrijde dorpsbewoners de ene kant op, en Tika, Raistlin en Tasslehoff de andere.
Het lijkt te werken, en terwijl Tika en consorten zich in het kreupelhout verbergen dendert een groep hobgoblins langs. Jullie houden je even schuil, en gaan dan voorzichtig achter de hobgoblins aan. Dan horen jullie iets door het woud bewegen, en even later horen jullie het gebrul en wapengekletter van een gevecht. Tasslehoff gaat voorop en verkent het terrein, op de voeten gevolgd door Tika en een onzichtbare Raistlin. Tas ziet dat in groen en bruin geklede krijgers korte metten maken van de groep hobgoblins, en rent er heen om ze te helpen...
Zodra de krijgers hem horen en zien richten ze hun pijlen op hem, en Tasslehoff wordt door drie grote pijlen in zijn borstkas getroffen. Verbijsterd roept hij dat hij ze wil helpen, en dan laten de elven (want dat zijn het!) behoedzaam hun bogen zakken. Tika en Raistlin komen ook tevoorschijn, en na wat onderzoekende blikken en een moeizaam gesprek voeren de elven jullie naar een open plek in het bos waar een picknick-kleed in de zon ligt, compleet met eten en drinken. Daar zijn jullie niet alleen: een blonde, voornaam geklede elvenman klimt uit de boom boven het kleed.
Hij stelt zich voor als Gilthanas-Kanan, en is blijkbaar de leider van deze groep krijgers. Hij nodigt jullie uit wat te eten en te drinken na jullie vermoeienissen en hoort jullie uit over Solace en de avonturen in Xak Tsaroth. Hoewel hij Tanis lijkt te kennen (hij noemt hem 'Tanthalas') en ook Raistlins naam kent hij. Hij spreekt Raistlin vermanend toe over het zich voordoen als witte magiër (Raistlin had zijn mantel voor de gelegenheid verkleurd); blijkbaar is diens naam ook bij de elven bekend.
Gilthanas vertelt niet waarom de elven hier zijn, maar wel dat de meeste inwoners van Haven en Solace al afgevoerd zijn en dat hij vermoedt dat het legeronderdeel dat zich in Solace bevindt binnenkort naar het zuiden af zal reizen. Dit omdat de oogst binnen is, en de laatste ijzervoorraden tot wapens gesmeed.
Hoewel Gilthanas weinig gelooft van de enthousiaste verhalen van Goldmoon en Caramon over Mishakal en de terugkomst van de ware goden, vertrouwt hij jullie wel genoeg om jullie te vragen hem te helpen. Hij heeft blijkbaar een schuld te vereffenen met Theros Inronfell, de voormalige burgemeester van Solace, die zijn leven gered heeft. Maar Theros is gevangen genomen en zit nog vast in Solace. Gilthanas vraagt Tika, Raistlin en Tasslehoff of zij zich gevangen willen laten nemen, om dan Theros te bevrijden als de elven de slavenkaravaan overvallen.
Jullie besluiten daarop in te gaan, ook omdat Gilthanas jullie vertelt dat de anderen ook door een overmacht gevangen zijn genomen en zich nu in Solace bevinden. Jullie laten wat zaken achter bij de elven, en gaan terug naar de bosrand, waar jullie je na een korte schermutseling gevangen laten nemen door rood-geüniformeerde hagedismannen. Jullie wapens en uitrusting worden jullie ontnomen, en dan worden jullie ruw een kooi in gegooid, de kooi waar ook jullie kompanen al vast zitten...
Re: Dragons of Flame
Posted: Mon Nov 09, 2009 00:30
by Marijn
14 oktober
Aan het begin van die nacht is er groot rumoer bij de restanten van de Inn of the Last Home, dan een door merg en been gaande schreeuw, waarin jullie de stem van de smid Theros Ironfell herkennen. Dan zien jullie steekvlammen oplaaien aan de achterkant van de herberg, en openen de deuren zich om aangeschoten hagedismannen en hobgoblins uit te braken. De herberg staat in lichterlaaie, en een zwaar gewonde Theros wordt in jullie kooi gesmeten. Bij het licht van de uitbrandende herberg - een schat aan kostbare herinneringen - zien jullie een enorme poel zwart bloed onder Theros vandaan sijpelen: zijn rechterarm is afgehakt. Caramon en Goldmoon snellen toe om zijn leven te redden, wat wonderwel lukt. Dan klinken barse commando's en zet de karavaan zich in beweging: Solace, leeg geplunderd en beroofd van alle leven, wordt achtergelaten.
Die nacht waken jullie om beurten bij Theros, en hij komt af en toe bij bewustzijn, al blijft zijn situatie levensgevaarlijk. Jullie rijden in een lange rij weg van Solace, naar het zuiden en oosten op weg naar Gateway, dat ook uitgebrand en levenloos is. Voorin de karavaan lopen tientallen hagedismannen en goblins; dan de wagens, tenslotte de hobgoblins. De sfeer zit er goed in - blijkbaar verheugen de rood-geüniformeerde troepen zich ergens op.
Pas bij het ochtendgloren komt Theros genoeg bij bewustzijn om te verhalen hoe het in Solace gelopen is. Stephen Hendrix, die het burgemeesterschap van Theros overnam na een roerige dorpsbijeenkomst, heeft geprobeerd met de hagedismannen te onderhandelen, maar dat had weinig effect, het ging allemaal te snel. Vooral de rode draken waren onstuitbaar - weerstand was nutteloos. Een van hen duwde simpelweg de boom waar de herberg al zo lang in stond om. Deze draak werd bereden door een rijzige man, gekleed in een rood harnas, en met een afschrikwekkend drakenmasker op. Zijn naam is blijkbaar Verminaard. Ook Haven was al gevallen; eerst kwamen grote groepen vluchtelingen langs, gevolgd door vijandige troepen. Daarna kwamen de gevangenen; de meeste waren weg gevoerd in grote karren, op weg naar het zuiden, naar het oude dwergenfort Pax Tharkas. Een van de laatste gevangenen was Elistan, de leider van de Zoekers; ook hij zit in een van de karren achter jullie. Twee dagen geleden werd het commando over Solace overgenomen door een jullie welbekende, vadsige hobgoblin, die zich 'Fewmaster Toede' noemt.Het meest gruwelijke verhaal vertelt Theros maar met moeite: het lot van Otik Sandath, de herbergier.
Toen Theros zag dat een elvenman werd aangevallen door de hagedismannen, probeerde hij te helpen. Otik zag zijn voorbeeld en greep ook naar een wapen, maar waar de elf snel genoeg was om te ontsnappen waren Otik en Theros dat niet. De hagedismannen overmeesterden hen; Theros werd gespaard omdat hij nog wapens moest smeden. Maar Otik werd door de hobgoblins aan stukken gescheurd en met huid en haar verslonden - alleen zijn botten bleven over. De soep die daarvan getrokken werd, werd aan de gevangenen in het dorp gevoerd...en dat hoorden zij pas nadat ze ervan gegeten hadden.
Terwijl dit gruwelijke verhaal nog in jullie oren naklinkt houdt de karavaan plotseling stil; een oude man met een puntmuts wordt met enig misbaar in jullie kooi gegooid. Hij protesteert nog (ze hadden de boom moeten arresteren - die blokkeerde het zonlicht!), maar wendt zich dan maar tot zijn mede-gevangenen als de bewakers hem verder negeren. Deze man hebben jullie waarschijnlijk al eerder gezien, en Tasslehoff noemt hem 'Fizban', een naam die hij niet lijkt te herkennen.
Even later houdt de karavaan stil - de zon is nu echt op - aan de overkant van een oude stenen brug: de brug over de Whiterage-rivier...de rivier die onder de elvenlanden doorstroomt. Maar waar zijn de elven? Komen ze jullie nog bevrijden?
Re: Dragons of Flame
Posted: Mon Nov 09, 2009 00:32
by Marijn
23 oktober
Een lange, saaie dag verstrijkt. Jullie proberen wat te communiceren met de bewakers, maar zonder al te veel succes. Ook het gesprek met Fizban wil niet echt vlotten - hij is warrig en lijkt de vragen niet goed te horen. Alleen Tasslehoff lijkt het wel met hem te kunnen vinden, tot opluchting van de anderen: een kender in een kooi is nu eenmaal levensgevaarlijk.
Dan, terwijl de avond valt, zet de karavaan zich weer in beweging, en wordt de weg naar het zuiden vervolgd. Maar...in de schemering klinken vreemde fluitgeluiden uit het bos, en plotseling zoeven uit de bosrand wolken van pijlen neer op de karavaan...de elven zijn er! De menners van jullie kar worden uitgeschakeld, maar het voornaamste gevecht lijkt zich aan de voor- en de achterkant van de karavaan af te spelen. Jullie zien je kans schoon en wrikken de tralies uit elkaar, zodat een kleine opening ontstaat: de vrijheid lonkt!
Een voor een wringen jullie je tussen de tralies door, met wisselend succes. Het eerste doel is het terugvinden van jullie spullen en wapens, maar een aantal dreigend kijkende hobgoblins heeft zich tussen jullie en de deur opgesteld. Een fel gevecht laait op, maar jullie weten de tegenstanders snel neer te slaan. Terwijl jullie uitrusting uit de voorste kar wordt gehaald worden ook de gevangenen uit de andere karren bevrijd; iedereen maakt zich uit de voeten, het bos in!
Even later, weer op adem, worden jullie omringd door elvenkrijgers. Gilthanas is daar, maar ook zijn oudere broer Porthios-Kanan. Het blijken beide belangrijke elven: Porthios is de troonopvolger van de Spreker des Zonnes, de koning van de Qualinesti-elven. De andere gevangenen krijgen de kille boodschap dat ze het beste naar het zuiden kunnen afreizen; jullie en Theros worden 'uitgenodigd' om mee te gaan om jullie nieuws aan de Spreker zelf over te dragen. Een korte woordenwisseling ontstaat tussen de elven en jullie, waarbij wederom duidelijk wordt dat (hoewel jullie dezelfde taal spreken) communicatie tussen twee zulke verschillende culturen niet eenvoudig is. En zo volgen jullie de zwijgende groep elven dieper en dieper het woud in, en door een geheime toegang betreden jullie het elvenrijk.
Daar worden jullie met enige schroom ontvangen: Qualinost is niet gewend aan mensen-bezoekers. Bovendien heerst er een vreemde sfeer in de prachtige stad: het lijkt er op dat de bewoners bezig zijn met pakken. Jullie worden naar een grote, glitterende toren geleid, en daar ontvangen door Solostharan-Kanan, Spreker des Zonnes. Jullie krijgen de kans jullie verhaal te doen over de afgelopen avonturen, maar als jullie spreken van de terugkomst van de Oude Goden worden jullie niet geloofd (ondanks of wellicht doordat dit nieuws eerder al door Tanis was gebracht?). Pas als Goldmoon het licht van Mishakal door de toren laat schijnen, en Caramon zijn heilige amulet in de hand van Solostharan drukt, weten jullie de elven te overtuigen...
Dan worden jullie door de lieftallige dochter van de Spreker, Lauralanthalasa (of Laurana) weg geleid, naar een heuveltop aan de rand van de stad, waar jullie je kunnen wassen, eten, drinken en uitrusten. Ook wordt jullie gevraagd daarna glanzende witte gewaden aan te trekken, omdat jullie zijn uitgenodigd voor een bijeenkomst in het midden van de stad.
Dat plein blijkt een enorme mozaïek, een kaart van Abanasinia en omgeving! Tasselhoff grijpt onmiddellijk zijn papieren en begint het na te tekenen, terwijl de Spreker uitlegt in welke precaire situatie de elven zich bevinden. Aan drie kanten trekken de legers van de Drakenhoogheer zich samen: ten noorden, oosten, en zuiden van het elvenrijk. Hoewel de elven zich goed kunnen verdedigen, kunnen ze tegen zo'n overmacht niet op. Bovendien beschikt de tegenstander over draken - een oude, verschrikkelijke vijand, waartegen ook de machtigste magiërs weinig verweer hebben. Evacuatie van de elven is dan ook onontkomelijk. En om die mogelijk te maken vraagt de Spreker jullie een gevaarlijke missie te ondernemen...
Ten zuiden van het elvenrijk ligt het oude dwergenfort Pax Tharkas. Dit is bezet gebied; de menselijke gevangen uit Abanasinia zijn daar ondergebracht om erts uit de ijzermijnen te delven. De mannen doen het werk, omdat hun vrouwen en kinderen gevangen zijn gezet in het fort zelf. Solostharan vraagt jullie hen te bevrijden, zodat het zuidelijke drakenleger niet de elven aan zal vallen, maar de mensen zal achtervolgen. Op die manier moeten de elven genoeg tijd hebben om naar het westen te ontsnappen, over de zee naar het onbekende gebied daar achter.
Het is een moeilijke opdracht, en ja: jullie voelen je wat gebruikt door de elven. Maar wat ze voorstellen is in wezen een zinnig plan, en jullie stemmen in. De Spreker dankt jullie en verklaart dat dan nu alle laatste voorbereidingen voor de evacuatie getroffen kunnen worden...morgen vertrekken de eerste elven uit de stad waar ze sinds mensenheugenis wonen. Deze beslissing valt op een speciale dag: Qualintsalaroth, de dag waarop de elven herdenken dat de Qualinesti- en Silvanesti-elven uit elkaar gingen.
Re: Dragons of Flame
Posted: Mon Nov 09, 2009 01:23
by Marijn
8 november
De volgende dag maken jullie je op voor de tocht naar het zuiden, verfrist, met nieuwe voorraden en uitrusting, en met een capabele gids: Gilthanas, de tweede zoon van de Spreker, zal jullie vergezellen naar Pax Tharkas. Jullie zullen het fort binnen dringen door de Geheime Weg, de Sla-Morì, die leidt naar de plaats waar de Qualinesti hun koningen begraven.
Gilthanas leidt jullie zonder problemen door het elvenwoud, en daar verlaten jullie de laatste veilige haven. Dat blijkt al snel als jullie na een halve dag het woud verlaten: verderop, naast de oude weg naar het zuiden, vinden jullie een open plek waar nog niet zo lang geleden een hevig gevecht heeft plaats gevonden. Tientallen lijken van mensen en hobgoblins liggen verspreid in het rond; en een zwart-glanzende deken van gulzige kraaien bedekt de kaalgevreten gezichten en lichamen.
Dan vindt Gilthanas iets wat hem oplucht: de rugzak van Tanis, met een doorgesneden schouder-riem. Hij vertelt dat hij gezien heeft hoe Tanis en een groep gevluchte mensen in een hinderlaag van hobgoblins en hagedismannen viel; blijkbaar is Tanis wel ontkomen, want jullie vinden zijn lijk niet. En dan, terwijl jullie Gilthanas verwijten Tanis niet te hebben gewaarschuwd, stijgt de wolk kraaien op en zwermt weg: er komt met enorme snelheid iets groots aangevlogen uit het zuiden!
Twee griffioenen, beladen met vijf hagedismannen, hebben jullie gezien en zetten direkt de aanval in. Vier van de hagedismannen spreiden hun vleugels en glijden omlaag, twee van hen likken aan hun zwaard! Caramon stormt naar voren, en de meeste anderen zoeken dekking onderaan het talud van de oude weg. Caramon heeft het moeilijk, ondanks zijn nieuwe, stoere harnas wordt hij van vier kanten belaagd en moet terugtrekken, waarbij Tasslehoff en Raistlin bijna in de problemen komen. Dan snelt Riverwind toe, maar als de griffioenen dat zien suizen ze omlaag in een tangbeweging en proberen hem uit elkaar te scheuren! Riverwind weert zich kranig, maar tegen zoveel geweld is ook hij niet opgewassen, en hij zoekt een veilg heenkomen. Goldmoon komt uit haar beschutting, maar wordt bijna onder de voet gelopen door een vraatzuchtige griffioen. Dan keren jullie kansen, en met vereende krachten weten jullie de griffioenen een kopje kleiner te maken. De laatste twee hagedismannen vluchten, maar uiteindelijk weet er maar één te ontkomen...
Het kon niet duidelijker zijn: de relatieve veiligheid van Qualinesti hebben jullie nu achter je gelaten. Jullie verlaten deze plek des onheils dan ook snel en trekken verder naar het zuiden, steeds meer de beschutting van de woudrand opzoekend. Jullie tempo daalt dan ook wat, maar jullie weten de rest van de dag ongezien verder te komen. En dan, aan het einde van de dag, terwijl de zon onder de samengepakte wolken door schijnt en het landschap in rood en abrikoos kleurt, ontwaren jullie in het zuiden de eerste hoge heuvels en bergen, waarvan de hoogste al met sneeuw bekroond zijn: de Kharolis bergen! De scherpste ogen nemen net een vierkantig gebouw waar, hoog in een pas: Pax Tharkas. Gilthanas wijst een vallei te westen van het fort aan als de plaats waar de Sla-Morì zich bevindt.
Jullie zoeken een goeie plek voor het kamp, en overnachten zonder gestoord te worden. Dan, in de ochtendschemering, verlaat Gilthanas jullie, maar eerst overhandigt hij Tasslehoff een grote groene edelsteen, gevuld met dansende runes, en Goldmoon een scroll met een tekst, gedicht door de hofdichter Alliantana. Hij wenst jullie een behouden reis...buigt licht naar Goldmoon...en verdwijnt dan geruisloos tussen de bomen, op weg naar zijn eigen lot.