1) Zegel.
18-22 Lharvion (hoogzomer) 998:
Ploeg/Wig, Denneth, Brazi, Graakh, Michel en Ailin verzamelen zich in Sharn dat zich op dat moment opmaakt voor de jaarlijkse Race van Acht Winden. Daarbij vallen zij ten slachtoffer aan ene Andreas Boccelli, een priester van Dol Errah, die ze doodt in en rond de Cracked Mirror. Hij wordt geholpen door changelings.
23 Lharvion:
De griffioen wint de Race van Acht Winden.
28 Lharvion:
De groep ontwaakt als ondoden in een belegerd fort. Samen (behalve Ploeg/Wig) beschikken zij over een soort dragon mark, die hen beschermt tegen de krachten van priesters van de Silver Flame die hen aanvallen.
Tijdens de eerste verkenning blijken ze in een tot sanatorium omgebouwd kasteel te zitten (‘De Orde van de Roos’), op een van de uitlopers van de Graywall Bergen ten noorden van Shadowlock Keep. Het kasteel wordt belegerd door het leger van Breland, maar de kasteelheer en oppergeneesheer Andreas Boccelli is al een paar dagen niet gezien.
Het kasteel wordt verdedigd door warforged onder leiding van de bijna-menselijke Bloed, en de verdediging bestaat verder uit ondoden onder aanvoering van de sympathieke Karrn Theoban Ocher. Die vertelt dat Andreas een soort theaterstuk met de zielen van de groep heeft uitgevoerd, en dat ene Mexx hen daarover meer kan vertellen. Dat stuk zou zijn uitgevoerd onder in het klooster, waar zich een verzegelde doorgang naar het dodenrijk zou bevinden.
Graakh en Brazi maken kennis met Ghagi d’Jorasco, die de gekken in het voormalig paleis verzorgt. Uiteindelijk veroordelen Michel en Ailin Theoban ter dood, en hoewel hij probeert te ontkomen sneuvelt hij uiteindelijk om zijn meester Michel als ondode verder te dienen. De verdediging zal het kasteel nog twee dagen kunnen houden…
Een groep druïdes uit de Eldeen Reaches (onder leiding van de orc Grontar Becheroth en zijn compagnon Ragnar, het edelzwijn) waart ook rond door het kasteel, op zoek naar een portaal dat beschermd moet worden. Zij vertrouwen deze vreemde ondoden niet en vermoeden dat zij iets met dit portaal te maken hebben...na een korte schermutseling trekken zij zich terug.
Ook andere vreemde groepen zwerven door het kasteel: leprozen die willen ontsnappen en ondode elven van een ander continent die een boek terugwillen van Andreas. Ghagi d’Jorasco vertelt jullie dat bovenin de toren ene Eilise, het maatje van Andreas woont.
De donjon van de burcht, waar je vermoedt dat Andreas het laatst geweest is, blijkt bewaakt door ongenaakbare warforged. Kapitein Bloed laat jullie op rapport komen en besluit dat jullie de veiligheid in gevaar brengen…jullie krijgen opdracht om de leprozen bij het vallen van de nacht door de omsingeling te laten breken en je te verbergen in de Graywall bergen.
In plaats van je veilig op te laten sluiten, breken jullie uit (en passant Michels vriend Theoban tegen een ijzeren deur verpletterend) en weten uiteindelijk de zware stenen deur in de kelder te forceren…daarachter vinden jullie een bibliotheek, en bovenin: Mexx, de homunculus van Andreas die jullie om zijn ein eigen redenen maar al te graag wil helpen. Hij vertelt jullie dat het inderdaad mogelijk moet zijn je eigen leven terug te krijgen door het terugdraaien van het ritueel. En hij vertelt dat Ploeg als een wig door het portaal naar het dodenrijk gestoken is, en dat dit de manier is waarop Andreas levend door de poort kon en weer terug kan komen. Maar voor hij meer kan vertellen verschijnt een elfse ondode met een aura van grote macht die hem gelast te zwijgen. Mexx zet het op een lopen, achtervolgd door deze onstervende…
De donjon wordt bewaakt door warforged, maar die moeten natuurlijk ook oefenen met marcheren. De plaatselijke militaire kapel wordt gevormd door Eilise Lahn, Michel en Ailin, en zo weten jullie toch binnen te dringen in het hart van Andreas’ versterking... Eilise vertelt jullie nog dat Andreas het dodenrijk is binnen gegaan om de daar gevangen Dol Dorn te bevrijden. Zij heeft hem al drie dagen niet gezien en voelt zich (opnieuw) in de steek gelaten.
In het uur van rust voor jullie nieuwe uitdagingen lezen jullie bij. Dol Dorn, die de lichamelijke perfectie van de mannelijke strijder belichaamt, maakt deel uit van Het Hemelse Leger en wordt vooral door soldaten en paladijnen aangehangen. Hij is de broer van Dol Arrah, de godin van heldhaftige strijd en zelfopoffering, die door Andreas werd aangeroepen. Zo leren jullie dat Dol Dorn en Dol Arrah verraden zijn door hun broer – de Bespotter, daarom lid van de Duistere Zes – en dat Dol Arrah daarbij is opgesloten op Xoriath, de Wereld van Waanzin. Dat is ook de wereld waar de Daelkyr demonen 9000 jaar geleden vandaan kwamen die het Dhakaani hobgoblin keizerrijk overrompelden. Uiteindelijk zijn de poorten van de Daelkyr gesloten door de orcs van de Gatekeepers, een orde van druïdes die duizenden jaren daarvoor al door de groene draak Vva’raakh opgericht is. Het klooster waar jullie nu in rondlopen is door hen gebouwd, lang voordat Huis Jorasco het overnam.
Verder lezen jullie over het elfse geslacht Vol, dat 2600 jaar geleden op het continent van Aerenal werd uitgemoord. Zij waren de dragers van de dragonmark des doods en experimenteerden met het kruisen van elfen en draken om de oorlogen tussen beide rassen te stoppen. Uit de etsen in het boek blijkt een conclusie: jullie bezitten gezamenlijk deze dragonmark! Het schijnt dat dragers van deze dragonmark een dodelijk effect op hun omgeving uit kunnen oefenen…
Tenslotte leest Brazi zich in over het dodenrijk, de wereld van Dolurrh. Het is blijkbaar een weinig opwekkende plaats, waar eeuwige doffe wanhoop en volstrekte apathie heersen. In plaats van tijd en magie hebben ze, uh, zwaartekracht. En het is niet alsof je beloond wordt voor je goede daden – je wordt gewoon bij iedereen op de grote hoop gegooid.
Als jullie tenslotte afdalen naar de onderste verdieping treffen jullie daar ondode bewakers, een oorlog tussen geesten van hobgoblins en demonen, en...een groene draak, klaar om jullie de doorgang te versperren!
De ondode bewakers zijn moeilijk te raken, maar door slim te vechten weten jullie er uiteindelijk langs te komen. De draak blijkt een zuurflesjes-spugend apparaat, en als ook de laatste homunculi van Andreas zijn verslagen komen jullie in zijn laboratorium. Daar vinden jullie het experimentele dagboek van Andreas, en kunnen jullie ongeveer lezen wat er gebeurd is – en dus wat je moet doen om het weer ongedaan te maken.
De poort, ooit verzegeld door de Gatekeepers, staat op een kier. Jullie zielen zijn er in gevangen, en via een navelstreng verbonden met een ongeboren foetus, die het geheel in leven houdt. Dit is het kind van Elaydren d’Cannith, die enige weken geleden in het sanatorium is opgenomen. Denneth weet jullie te vertellen dat zij in ongenade was geraakt door zwanger te raken voor haar (afgesproken) huwelijk, en het lijkt erop dat zij hier is weggestopt. Andreas heeft een heel akelig wapen meegenomen naar het dodenrijk (Keeper’s Fang), waarmee hij Ploegs ziel kan doden en zo langs het zegel glippen – in gezelschap van Dol Dorn. Tenslotte is er schets waarop te zien is hoe magische verdedigingsmuren rond de poort zijn opgetrokken: iets met heilig water, verwarring en verdelging van het kwaad.
Zo doemt er een smerige keus op: als jullie erin slagen om het hele ritueel om te draaien, hebben jullie je ziel terug. Maar ook doden jullie een onschuldig kind. En – de poort naar het dodenrijk staat open, want het zegel is verbroken. Wat is wijsheid?
Met enig gepuzzel en de hulp van Mexx weten jullie een opzet te maken om het ritueel terug te draaien. Daarvoor hebben jullie wel Elaydren d’Cannith nodig, en die vind je uiteindelijk in een isloeercel. Jullie vinden je weg naar een grote zaal waar een troon staat, en waar heilig water door tientallen draken wordt uitgespuwd! Maar gelukkig weten jullie deze ellende tijdig te stoppen.
Het grote zegel dat over het portaal ligt is gebroken, en een trechter met het kind van Elaydren en Andreas dobbert er in rond. Een astrale navel verbindt deze zuigeling met de gul’drah van Ploeg, en als jullie contact leggen kunnen jullie de dodenwereld in kijken. Daar is een achtervolging gaande, en vurige reuzen en demonen willen ontsnappen aan iemand die alleen maar Dol Dorn kan zijn.
Door een grote wilsinspanning weten jullie de lokroep van Dolurrh te weerstaan, en drijven je levenskracht terug in je ondode lichaam terwijl Mexx zijn ritueel terugdraait. Intussen worden de beschermende muren om jullie heen gebroken, en zien jullie tijdens je vlucht hoe priesters van Dol Dorn onderling slaags raken. De Onstervende elf doet een poging om de reuzen en demonen tegen te houden, maar als jullie uiteindelijk de koele buitenlucht proeven, in de veiligheid van de omringende heuvels, zien jullie hoe de Orde van de Roos aan vlammen ten prooi valt. Hoe dan ook: jullie hebben moeder en kind gered, je leven terug…en een bindende dragonmark, die nu glinstert in het maanlicht.