Level 6 - Look at me!
Dragons of Despair
6/7 dec 08
Twee nomaden van de vlakten weten zich ver van huis en nemen een moedig besluit...een tweeling vindt een oude vriend terug, en op weg naar huis ontdekken ze dat sommige zaken niet ten goede veranderd zijn...de waarde van een individueel leven wordt eenzijdig bepaald...een kabouter, een dwerg, een kender en een barmeid ontsnappen ternauwernood & via de mallemolen aan arrestatie...en de plotsoep wordt al dikker...

19 dec 08
Jullie verzamelen je op de vertrouwde plek: de Inn of the Last Home! Bijna iedereen is er: Tasslehoff, Tika, Flint, en daarna Caramon, Raistlin en Tanis, en tenslotte komt ook Sturm binnen. Hij introduceert Goldmoon en Riverwind, die van de Plains komen. Na een hartelijke begroeting krijgt Tanis een briefje, Tasslehoff vertelt Caramon dat zijn staf gestolen is door de nieuwe burgemeester en dat er aardmannen in de draaimolen zitten, en Raistlin bestudeert de nieuwkomers en een weinig opvallende staf die Goldmoon bij zich draagt. Dan, als Tasslehoff en Caramon aanstalten maken om de draaimolen van dichtbij te gaan bekijken, komt Hederik de Theocraat van Solace binnen, mét Tas's wapen.
Al snel verwordt het beginnende feest tot een chaotisch tafereel. De Theocraat wordt in eerste instantie ingepakt door Tanis, maar als hij Tasslehoff weg ziet sluipen roept hij zijn wachters (van wie er een Harsok is, een local die jullie wel kennen) en die pogen de kender te arresteren. Dat mislukt omdat Caramon, Sturm en Tika zich er mee gaan bemoeien, en Raistlin trekt Hederiks aandacht door een illusie van een staf bij het vuur te plaatsen.
De Theocraat - inmiddels behoorlijk dronken - grijpt er naar, en slechts Tanis' snelle ingrijpen voorkomt dat hij in het vuur valt. Goldmoon en Tanis proberen de boel te sussen, maar slagen er slechts in als groep gearresteerd te worden. Als Riverwind binnen stormt, ziet hij de wachters in het nauw gedreven, en als hij poogt met Goldmoon het pand te verlaten hebben de bange wachters hun wapen getrokken en alarm geslagen. Tasslehoff - inmiddels weer naar boven geklommen - ziet hoe Tika op Harsok afstormt en hem met één van bloeddorst doortrokken klap de schedel in slaat. Dan is het wankele evenwicht verloren en besluiten jullie te vertrekken voordat de andere wachters boven zijn.
Een bijzondere rol lijkt weg gelegd voor de goochelaar met de verwilderde witte baard... Tanis praat op Hederik in, maar die lijkt niet voor rede vatbaar. Jullie klimmen naar beneden, waar Theros de smid (de voormalige burgemeester) achtervolgers de verkeerde kant op stuurt, en verzamelen in het huis van Raistlin en Caramon. Daar slaat Caramon Tika in het gezicht, en Goldmoon troost haar. Jullie overleggen snel wat mogelijk is, en besluiten Tasslehoffs advies op te volgen en met Sestun de riooldwerg op zoek te gaan naar de aardmannen, die zich ergens in de heuvels schuil moeten houden. Tanis laat bericht achter voor Theros: er zijn aardmannen in Solace, de Theocraat weet er van, hij is bang - en we zijn geen moordenaars. Dan vertrekken jullie op nieuw - onder dekking van de duisternis - uit jullie geliefde Solace.
Als het kamp is opgeslagen in de oostelijke heuvels, is er tijd voor een moeilijk gesprek. Wat is nu eigenlijk het probleem? Het lijkt er op dat het begon met een blauwe kristallen staf, en Raistlin vermoedt dat de staf van Goldmoon er alles mee te maken heeft. De vertrouwensvraag wordt gesteld tussen de nomaden en de anderen, en Goldmoon geeft toe dat het wel mogelijk is dat het om haar staf gaat...

29 december
Na een korte uitwisseling van ervaringen bekijken jullie Goldmoons staf nog eens, en Raistlin vermoedens blijken bewaarheid: hij ziet inderdaad de blauwe kristallen staf! Als hij hem aan wil raken krijgt hij een schok - maar Tanis voelt niet meer dan een tinteling. Jullie volgen Sestuns spoor naar het noorden en vinden een door aardmannen bevolkte grot. Na een kort en hevig gevecht worden die verslagen, maar de grot is verder verlaten. Als jullie later Sestuns spoor terugvinden blijkt hij samen met een paard naar het noorden te zijn afgereisd; als jullie een karrespoor kruisen zien jullie in de verte een stipje op jullie af bewegen.
Het blijkt een man van een van de stammen, op oorlogspad, uit het nabije Que-Kiri, en hij wordt achtervolgd door vier figuren in grote mantels. Jullie brengen Berenpoot in veiligheid en vechten met deze goed bewapende, in rood geklede hagedismannen, die jullie weten te verslaan. Het is een soort die jullie nog niet eerder gezien hebben - en het bizarre is dat ze verstenen als ze sterven! Na enkele minuten verkruimelen de stenen beelden en geven Riverwind zijn zwaard terug. Ze hebben vreemde stalen munten bij zich met een berg en een wolk er op.
Als de nacht valt staart Raistlin omhoog naar de sterren, en dan blijkt dat er midden in het hemelveld twee sterrebeelden missen. Als jullie 's ochtends ontbijten vinden jullie bovendien tussen de haver een brief van ene V, met de volgende tekst: 'Toede, de oversteek is begonnen. Als je verkenning geslaagd is, keer dan terug naar Xak Tsaroth.' Deze plaats vinden jullie terug op jullie kaart, en jullie vermoeden dat het de plaats is waar Riverwind de staf gevonden heeft... Dan zetten jullie koers naar het oosten, naar Que-Kiri.

16 jan 09
Na een flinke wandeling komen jullie aan bij Que-Kiri. En zoals Berenpoot jullie al waarschuwde, zijn jullie niet direkt welkom in het dorp. Een delegatie onder aanvoering van de sluwe stamleider Drie Vossen komt het dorp uit als ze horen dat jullie Berenpoot gered hebben, en jullie mogen het dorp alleen betreden als Caramon zijn mannelijkheid tegenover de krijger Slangenkruid kan bewijzen.
De eerste test is er een van snelheid: Caramon wint door eerder dan zijn tegenstander een lok van het haar van een fret af te snijden. Maar de tweede test (die van kracht) wint de ander: hij slaagt er liggend op zijn rug in meer mannen in zijn cirkel te trekken dan Caramon. De derde en bepalende test (die van sluwheid) blijft onbeslist: Caramon en Slangenkruid weten, geblinddoekt en gekieteld, tegelijkertijd elkaars rug aan te raken met het puntje van hun neus. Drie Vossen verklaart daarop dat jullie op gelijke voet met elkaar mogen omgaan en staat jullie toe handel te drijven en in het dorp te overnachten. Bovendien geeft hij Caramon de naam Twee Fretten. Jullie vullen jullie voorraden aan en winnen wat informatie in. De Que-Kiri zijn in oorlog en maken zich op om het dorp te ontruimen, want in het noorden is een leger van hagedismannen opgedoken dat deze kant op lijkt te komen.
De volgende ochtend vertrekken jullie naar het oosten, maar nemen eerst afscheid van Flint en Storm die naar het zuiden afreizen om Flints familie in Hillhome te waarschuwen. Daarna krijgen jullie twee geschenken van de Que-Kiri: een wichelroede voor Goldmoon en een paar polsbanden met frettehoofdjes voor Caramon, die daarmee bij de nomadische stammen goede sier kan maken. Jullie volgen de oude heerbaan naar de Eastwall Mountains, maar maken een omtrekkende beweging om Que-Shu waar Goldmoon en Riverwind vandaan komen. 's Avonds maken jullie je kamp in een donker naaldbos onder aan de hellingen van de hogere bergen, en worden aangevallen door een monsterlijk wezen - een soort kruising tussen een beer en een uil. Jullie weten deze aanval af te slaan, maar beseffen eens te meer dat jullie de beschaafde landen aan het verlaten zijn...en pas aan het begin van jullie gevaarlijke pad staan.
Level 6 - Look at me!
Re: Dragons of Despair
30 jan 09
Terwijl Tasslehoff op onderzoek uitgaat bij Que-Shu, trekken jullie naar het oosten over de restanten van de oude Sageway East, die omhoog kronkelt naar de bergpas van de Eastwall Mountains. Riverwind heeft koorts en is er niet zo best aan toe, maar dankzij de zorg van Goldmoon en Tanis' opbeurende woorden weten jullie hem veilig boven te krijgen. Onderweg vinden jullie bovendien aanwijzingen dat Toede en zijn aardmannen hier ongeveer een dag geleden langs zijn gekomen.
Boven wacht jullie een verassing: in de ruïne van een versterking treffen jullie de andere uilenbeer aan, met een nest met jonkies die net een aardman uit elkaar aan het trekken zijn. Als de uilenbeer jullie ziet klautert hij omlaag en valt jullie aan. Na een kort maar hevig gevecht maken jullie de balans op: Tika stormde alleen vooruit en is zwaar gewond, maar ook Riverwind en Caramon zijn gewond geraakt. Bovendien is Tasslehoff er nog niet, dus: tijd om kamp op te slaan. Ook deze geplunderde aardmannen zijn opvallend rijk, en dragen onbekende stalen munten met zich mee: iets met een wolk en een boek of boot, lijkt het wel.
Goldmoon vertelt dat er hier onrustige dwergengeesten zijn, maar nadat jullie het uilenbeer-nest hebben opgeruimd (en daarbij een mozaïek-kaart van de vroegere omgeving vonden) zijn ze blijkbaar tot rust gekomen. Caramon verbiedt Tika om verder vooraan te vechten, en geeft haar zijn boog, en Goldmoon neemt het koken waar voor Tika (met akelige maar geen dodelijke gevolgen). Na het avondeten komt Tasselhoff binnenvallen; hij heeft Que-Shu krijgers gesproken, maar is niet het dorp in gegaan omdat ze oorlogskleuren droegen en hem wegjoegen. Hij vertelt ook dat vanaf de toren hij een vloot over de zee zag zeilen.
De volgende dag maken jullie Tasslehoff, die de wacht hield, wakker en vertrekken naar het oosten. Jullie volgen de zelfde weg omlaag, maar al snel worden jullie omringd door mist en wolken, grillig vergroeide ijzerklauw bomen, en stroompjes, plassen en modderpoelen. Caramon probeert Toede in te halen door naar het zuiden af te buigen, maar daarbij weten jullie te verdwalen en alleen dankzij Raistlins ingeving om langs de kust te lopen weten jullie uiteindelijk in de buurt te komen van de restanten van Xak Tsaroth, de oude handelsstad, waarvan jullie vermoeden dat Riverwind daar de Blauwe Kristallen Staf gevonden heeft.
Riverwinds koorts is dankzij Goldmoons verpleging gezakt, maar daardoor heeft zij weinig geslapen en reageert kortaf als aan het eind van de dag een kampeerplek gezocht wordt.
Jullie vinden geen echt goede plek in de modderige, moerassige omgeving, maar wel sporen van de gevleugelde hagedismannen die je eerder op de vlakte trof. Jullie klauteren over een gladde touwbrug en worden verderop aangevallen door vijf van deze wezens, waarvan er een magie gebruikt. Ondanks de vermoeidheid, en door goed samen te werken weten jullie de vechters te verslaan, maar de magiër gaat er van door en springt in het water. Tanis weet hem nog een keer te raken, en even later horen jullie een gedempte knal onder water...
Level 6 - Look at me!
Re: Dragons of Despair
13 feb 09
Na een klamme nacht (waarin ook Tanis in slaap valt) ontwaken jullie tussen de zoemende insecten van het moeras aan de Nieuwe Zee. Tasslehoff gaat op verkenning uit, en wordt ternauwernood uit het drijfzand gered. Goldmoon ziet hoe de geesten van Riverwinds vader en grootvader hem begroeten, Tanis vindt dankzij de Que-Kiri wichelroede een weg door het moeras, en Caramon vindt sporen van hagedismannen en...een hobgoblin.
Jullie omzeilen de oorlogstrommels verderop in het moeras, ontwijken een donker bos vol enorme spinnen, en vinden uiteindelijk hogere grond: de restanten van het eens trotse Xak Tsaroth! De ruïnes zijn overwoekerd door mossen, varens en klimplanten, maar als jullie oostelijker op de restanten van een groot plein uitkomen voelen jullie zowaar een frisse, zilte bries door de mist. Midden in het plein is een enorme put, waar dampende mist uit komt, en achter de put staat zowaar nog een gebouw overeind. Net als jullie de omgeving verder willen verkennen klinkt er een angstaanjagend geluid: een kwaadaardig krijsen van onderen, als van een prehistorisch monster!
Riverwind aarzelt geen moment: hij draait zich om en begint weer terug naar het moeras te rennen. Dan suist er, omhoog uit de put, een beeld uit nachtmerries: een gigantische, zwart glanzende, met messcherpe klauwen en tanden gewapende, gevleugelde demon waarvoor maar een afgrijselijk woord door jullie verbijstering heen weet te dringen: DRAAK.
Goldmoon rent achter Riverwind aan, gevolgd door Tika en Tanis. Caramon verstijft eerst van angst, laat dan alles uit zijn handen vallen, en vlucht in blinde paniek achter de anderen aan. Raistlin volgt hem, verbaasd en enigzins geamuseerd, en Tasselhoff duikt weg tussen de ruïnes. De draak buldert over de rennende groep heen, vult de lucht met een ondoordringbare duisternis, grijpt de vluchtende Riverwind en sleurt hem mee, omhoog de lucht in! Tanis probeert nog een pijl op de draak af te schieten, maar die ketst af op zijn geschubde huid...
Tika en Goldmoon zijn in wilde angst het water in gesprongen, en als zij weer bovenkomen is Riverwind weg - op de plaats waar zij hem het laatst zagen ligt niets anders dan bloed. Caramon en Tasslehoff zijn niet zo gelukkig...terwijl zij naar het gebouw achter de put rennen komt de draak opnieuw over, en smijt iets wat op Riverwind lijkt - maar dan zonder hoofd - door het dak van de koepel, om daarna (terwijl de rest van de groep zich bij de duisternis verstopt) met een ijselijke gil weer door de put naar beneden te suizen.
Goldmoon is ontroostbaar, maar Tika weet haar mee te trekken naar de enige beschutting die deze plaats rijk is: het gebouw achter de put. Daar vinden ze Tanis en Tasslehoff in gevecht met drie hagedismannen, en een Caramon die in een hoekje zit te bibberen.
Als de hagedismannen zijn verslagen ligt Tanis dood te bloeden op de grond, maar Goldmoon is nog steeds buiten zinnen van verdriet, en Tasslehoffs goed bedoelde pogingen om het bloeden te stelpen hebben weinig effect. Dan grijpt Raistlin koelbloedig in: hij stopt het bloeden, en wil met zijn magie Goldmoon tot bedaren brengen om Tanis het leven te redden. Maar iemand is hem voor, en een vrouwelijke stem weerklinkt in jullie hoofd "Kom, Dochter..."
Jullie volgen Goldmoon naar een volgende ruimte, en vinden daar een ronde, duistere kapel, door een enkele zonnestraal uit het gat in het dak verlicht, met een standbeeld van een in lange gewaden gehulde vrouw. En: in haar uitgestrekte armen draagt zij Riverwind - Riverwind, ongewond en rustig slapend. De stem in jullie hoofd zegt dat het de mensen zijn die de goden verlaten hebben, maar dat het einde van de duisternis nabij is: om de macht van de goden te hervinden wordt jullie opgedragen af te dalen naar het hol van de draak, om daar platinum platen met kennis over de goden te vinden. Het standbeeld zegent de staf van Goldmoon, en zegt jullie die staf zonder aarzelen te presenteren. Tenslotte wordt jullie opgedragen om daarna van hier te vertrekken, en de ware leider van het volk te vinden.
Goldmoon wekt Riverwind - en hij bezweert haar dat dit het tweede teken is van de macht van de ware goden...in dit geval van de godin Mishakal. Intussen heeft Caramon vreemde geluiden gehoord, en vinden jullie een groepje riooldwergen. Die vertellen jullie dat er dwergen onderin de stad wonen, aangevoerd door de knappe HoogBulp. Bovendien vertellen ze jullie dat de draak de baas is van de hagedismannen, en dat die ook onder in de stad woont.
Dan dalen jullie een trap af en komen in de voormalige catacomben, waar het vochtig is, de vloer op plekken ontbreekt, een uitnodigend kistje toch maar wordt achter gelaten, en waar jullie stuiten op een hele rij riooldwergen die blijkbaar iets te maken hebben met een pot en een weg omlaag. Jullie fluisteren wat met een van hen, ene Bupu, die claimt een machtig tovenaar te zijn, en weten haar een geheim te ontfutselen: blijkbaar is er naast de pot ook een andere weg omlaag ('de weg omhoog' geheten), en die brengt jullie bij de Hoogbulp. Dan duiken jullie weg tussen de in de rots uitgehouwen graven, want een groep hagedismannen stormt langs de rij riooldwergen, op weg naar buiten - op zoek naar de indringers die gesignaleerd zijn.
Level 6 - Look at me!
Re: Dragons of Despair
18 feb 09
Jullie overleg met elkaar en Bupu heeft blijkbaar de aandacht getrokken van een groep hagedismannen, en een gevecht breekt uit. De dwergen vluchten weg naar alle hoeken, maar als de hagedismannen verslagen zijn (een ontkomt er) blijkt er nog een soort holenmens (een oger, zegt Tasslehoff) te staan die Krank heet. Hij lijkt niet gevaarlijk, maar doet iets geheimzinnigs met een ijzeren apparaat dat er blijkbaar voor zorgt dat af en toe de ketting door twee enorme gaten in de vloer loopt.
Jullie laten de ketting voor wat hij is, en volgen Bupu's ietwat generieke aanwijzingen op. Al snel vinden jullie 'de klauterbuis' en Tasslehoof is niet te houden - hij suist door de gladde buis omlaag, gevolgd door Raistlin. Onderin landen ze in een donker hol waar een enorme spin ze probeert op te eten, maar Caramon is net op tijd om ze te redden. Als hij de spin heeft neergeslagen komen ook de anderen omlaag, en vinden jullie je weg door een gebouw dat ondersteboven ligt. Jullie weten de geesten (die over het plafond lopen) tot bedaren te brengen, en komen zo te weten dat jullie inderdaad in Xak Tsaroth zijn, dat ze op zoek zijn naar een dwerg (om in de taart te stoppen), en dat de bibliotheek waar Raistlin naar vraagt in het paleis aan het plein moet zijn.
Daarna komen jullie (met wat klauterwerk omlaag door de schoorsteen) in wat ooit de Bakkersstraat moet zijn geweest, maar nu meer een tunnel is van tegen elkaar aan leunende huis-karkassen. Daar ontdekken jullie een gebouw dat een tempel van ene Gilean geweest is, en treffen daar de geest van Ossamis. Die zegt dat hij hier al heel lang is, en dat hij één vraag van jullie kan beantwoorden. Na een kort overleg krijgt Caramon de kans te vragen "Wat is de samenhang tussen de goden en draken, en tussen hun terugkeer in de wereld?".
Level 6 - Look at me!
Re: Dragons of Despair
18 maart 2009
Ossamis verdwijnt... Het antwoord op Caramons vraag wordt gegeven door het sluiten van de gouden deuren, waarop een groot boek afgebeeld is. In een oude taal staat daar: "De draken zijn de eerste kinderen van de schepping, de kinderen van Chislev. Zij belichamen de balans, en als de balans verstoord wordt, komen de draken tevoorschijn. En: de balans wordt verstoord als de draken de wereld betreden."
Daar moeten jullie even over nadenken. De genoemde Chislev wordt door Riverwind genoemd als een van de ware goden - zij is de godin van de natuur. Jullie concluderen dat het verdwijnen van de twee draken-sterrenbeelden (Draco Paladinus / Paladine en Koningin der Duisternis / Takhisis) een teken is van de (dreigende) afwezigheid van de balans - wat dat ook moge betekenen.
Dan verlaten jullie (na een dringend nodige nachtrust) de tempel van Gilean en verkennen de ondergrondse stad verder. Tika springt een woeste beek over, en wordt aan de andere kant aangesproken door spookachtige wachters als ware zij ene Cathal, die nog een kleine belastingschuld te vereffenen heeft. Achter de beek staat namelijk het oude belastingkantoor. Tika vlucht terug naar de sterke armen van Caramon, terwijl Goldmoon probeert de geesten te verdrijven. Maar die zijn hardnekkig, en uiteindelijk besluit Caramon zich op te offeren en te bekennen dat hij Cathal is.
In het gebouw blijkt er een kleine complicatie: achterstallige betalingen met samengestelde rente! Dat tikt aardig aan. De munteenheid (Tsarothi culli - een soort kleitabletten) is niet echt voorhanden, dus...Caramon verdwijnt in het cachot, terwijl de anderen proberen om de belastingdiender te overtuigen dat Cathal vrij moet komen. Caramon ontdekt intussen in zijn cel een dwerg (ene Byam), die daar ook opgesloten is omdat hij zijn belasting nog niet had betaald.
Raistlin doet zich voor als ene Fistandantilus, en de belastingbewaarder lijkt die naam wel te kennen en wat te vrezen. Met een nagemaakte kwitantie waaruit blijkt dat meneer F eigenlijk nog geld van de belasting krijgt, weet Raistlin zijn broer én de dwerg (na enig aandringen) op borgtocht vrij te krijgen.
Byam dankt de groep en verdwijnt richting bakkers, iets mompelend over zwemmen in prut en belachelijke mensenfeesten. Maar jullie volgen de beek stroomafwaarts, en kijken naar beneden: het uitzicht is indrukwekkend. Onder jullie ligt een enorme grot, waarin van verschillende plekken enorme watervallen neerstorten. De waterdamp die dat oplevert belemmert het zicht, maar jullie kunnen wel zien dat sommige gebouwen nog overeind staan, terwijl andere niet meer zijn dan ruïnes. Ook herkennen jullie twee kettingen die van verderop uit het plafond van de grot afdalen naar de vloer.
Tenslotte vinden jullie een weg omlaag: naast de waterval groeien taaie klimplanten, en zo klauteren jullie zo'n 150 meter omlaag naar de grotvloer. Onderweg komen jullie nog een groep riooldwergen tegen, die wat protesteren dat jullie de verkeerde kant op gaan (die is immers de weg omhoog!), maar als jullie zeggen dat het mag van Bupu vinden ze het verder ok.
Level 6 - Look at me!
Re: Dragons of Despair
1 april 2009
Als jullie na een uitputtende klim beneden aankomen, verdwijnt Tasslehoff al snel in een ruïne. Het lijkt er op dat hij een eenrichtings-weg gevonden heeft naar het belastingkantoor op de verdieping hierboven! Als hij weer terug is verkennen jullie de omgeving verder. Dat is niet eenvoudig want, communiceren is moeilijk door het donderende geraas van de waterval vlakbij.
Dan worden jullie gespot door een patrouille hagedismannen...jullie stellen je verdedigend op, maar worden vanuit een onverwachte hoek hard aangevallen. Tanis bewaakt boven nog de terugweg, dus jullie moeten het zonder zijn leiding stellen. Dat gaat wonderwel goed, tot Caramon zo hard geraakt wordt dat hij bloedend (maar niet bewusteloos) op de grond neerzijgt. Een van de hagedismannen (Raistlin observeert hem en merkt op dat het wel een andere soort lijkt) laat allerlei aanvallende spreuken op de groep los, en weet zichzelf goed verborgen te houden. Goldmoon, Tika en Tasslehoff weten Caramon uit het gevaar weg te slepen, maar dan neemt het gevecht in de laatste fase een verrassende wending...
Raistlin heeft zich door een spreuk vermomd als een van de hagedismannen, en weet de laatste hagedisman weg te lokken. Maar dan slaat het noodlot toe. Zijn vermomming is zo goed gelukt, dat Tasslehoff hem voor een echte hagedisman aanziet en een flinke kogel tegen zijn hoofd zwiept. Raistlin slaat tegen de grond en begint hevig te bloeden. Caramon rekent eerst af met de echte hagedisman, maar begrijpt Tasslehoffs woorden en gebaren verkeerd. Met een woeste kreet drijft hij zijn dolk diep in de borst van zijn vermomde broer, en dan pas bemerkt hij zijn vergissing...
Dan roept Goldmoon Mishakals hulp in, en grist Raistlin weg bij de drempel des doods. Terwijl Raistlin het stof van zijn mantel slaat, werpt hij een koele blik op zijn broer, die handenwringend aan de woest kolkende beek knielt, en loopt weg. Caramon slaakt een berouwvolle kreet en werpt zijn favoriete dolk, besmeurd met zijn broeders bloed, verre van zich...
Level 6 - Look at me!
Re: Dragons of Despair
15 april 2009
Allereerst ontspint zich een heftige discussie over hoe de groep zou moeten werken, wie er nu dom bezig was, en geeft Caramon aan dat hij al deze gevaren opvat als een missie. Van nu af aan zal hij strijden in naam van Mishakal, die zijn broer het leven gered heeft.
Een stuk voorzichtiger geworden verkennen jullie de ondergrondse stad verder, en weten verdere confrontaties met de draak (die er wel degelijk is), Toede (die er blijkbaar ook is) en de hagedismannen (die er zeker zijn) te ontwijken. Jullie leren ook dat er twee Que-Shu nomaden als gevangenen de stad zijn binnen gebracht - en dat er één (Zonster) ontsnapt is. Maar jullie ontkomen er niet aan: Fudzj I, Hoogbulp van Xak Tsaroth verleent jullie audiëntie in zijn afzichtelijke opgesmeukte troonzaal.
Hij vertelt jullie dat de draak de laatste tijd 'een beetje stout' is geweest, en dat het het beste is als jullie hem daarom straffen. Als dank voor deze moedige daad staat hij jullie barmhartig toe wat zaken uit het drakenhol mee te nemen - maar uiteraard niet de mooie glimmende steentjesm want die zijn van de Hoogbulp. Hij informeert ook verder naar de omstandigheden buiten de stad, en geeft uiteindelijk een van zijn onderdanen opdracht jullie mee te nemen naar de geheime gang die naar het drakenhol leidt.
Jullie vinden inderdaad een lange, half onder water staande gang die ongeveer de juiste kant opgaat, maar worden onderweg aangevallen door enorme giftige duizendpoten. Die zijn hier duidelijk in het voordeel...jullie weten ze toch te verslaan, en uiteindelijk zwemt Tasslehoff een stukje vooruit, op weg naar het paleis waar jullie de draak vermoeden.
Dan vindt Tas wat hij zoekt: een geopend putdeksel, met ver daarboven een enorme koepel met een grote scheur er in. Boven hem beweegt zich iets zwaars over de grond...jullie worden opgewacht.
Level 6 - Look at me!
Re: Dragons of Despair
Het hol van de draak...want inderdaad, Tasselhoff heeft aan het einde van de tunnel een luik gevonden, en daarboven: een enorme ronde hal, gevuld met allerlei schatten en snuisterijen, en: een prachtige zwarte draak, Onyx genaamd, opgekruld rond jullie doel: een stalen ring die dunne platinum schijven bij elkaar houdt. De Discs van Mishakal!

Voorzichtig kruipt Tas weer terug en een koortsachtig overleg levert een strijdplan op. Riverwind en Goldmoon splisten zich af, en zullen proberen de draak weg te lokken bij de schat. De anderen zullen de Discs uit de schatkamer halen en zo goed en zo kwaad als het gaat ontsnappen. Het moment is daar...tranen vloeien bij het afscheid - eenieder beseft dat het heel wel fout kan aflopen.

Riverwind en Goldmoon vinden hun weg naar buiten, en beklimmen het oude paleis van de goeverneur van Xak Tsaroth. Tasslehoff had ze verteld dat er een enorme scheur in het dak zat, zo groot dat de draak er waarschijnlijk wel doorheen zou passen. De anderen wachten...als de geliefden tot onderin het grote gat geklommen zijn, slaat het noodlot toe: de aanwezigheid van de draak overweldig GOldmoon, en door angst verstijfd laat ze haar Staf in de hal vallen! Daarmee lijkt het strijdplan beëindigd ('presenteer de staf met trots!') en Riverwind en Goldmoon vluchten zo snel ze kunnen, het duister van de stad in.

Ook Caramon en Tika worden bevangen door drakenangst en vluchten zo snel ze kunnen, de een weg door het riool en de ander door een dubbele deur naar een donkere hal. De draak ontwaakt, krijst in woede, en gaat als een wervelstorm achter Goldmoon en Riverwind aan, door de scheur in het dak, naar buiten. Het is dan ook aan Tasslehoff en Raistlin om de laatste kans te benutten, en...de helden omarmen hun noodlot.

Hoewel zij geen van beide Mishakals staf kunnen aanraken, weten zij op listige wijze Caramon en Tika in de buurt te houden. Dan lijkt het met hen gedaan: een andere deur opent, en daar staan twee bekende figuren. Een dikke, vadsige hobgoblin, beter bekend als Toede, en zijn trouwe kompaan de riooldwerg Sestun, inmiddels gepromoveerd tot soldaat. Tasslehoff, die inmiddels de Schijven bij zich heeft, weet Sestun van zich af te houden, en Raistlin slaagt er met gebruik van zijn laatste magie in de woedende Toede te verjagen.

Dan klinkt het geluid van enorme leren flappen: de de draak keert plotsklaps terug! Hij spuugt een enorme golf zuur over Tika heen, die niet eens de tijd heeft om een doodskreet te slaken, en grijpt Raistlin in een enorme klauw, om hem met een snelle beweging in zijn bek te proppen. Dan sist en knauwt hij in een boosaardige stem tegen Tasslehoff: 'Geef terug die schijven...of de magiër sterft...'

Het is het moment van de waarheid voor Tasslehoff...hij staat er alleen voor, lijkt het. Caramon verschuilt zich in een hoekje, Goldmoon en Riverwind zijn gevlucht, van Tika is niet veel meer over dan een ziekmakende geur, en Raistlin is ten dode opgeschreven. Hij neemt een moedige beslissing, en brengt de Schijven met knikkende knieën terug naar de draak.

Dan gaan de zaken snel. De draak spuugt Raistlin uit en die ziet zijn kans: Caramon ontworstelt zich aan de drakenangst en grijpt de Staf die Raistlin hem toe laat zweven. Met twee armen, een machtige zwaai en een heilige strijdkreet slaat hij de draak met de Staf, en een lichtflits vervult de grote ruimte. De staf versplintert in duizende kristallen, en een blauw-zilveren web als van bliksem springt vanuit de drakenwond over het hele geschubde lichaam. Dodelijk gewond stort de draak ter aarde, en dan komt het: enorme brokken steen vallen uit het plafond naar beneden.

Buiten het paleis schudt en beeft de grond, en Goldmoon en Riverwind zien paniek ontstaan bij de hagedismannen en hobgoblins die de onderaardse stad bewonen. Om hen heen vallen gebouwen om, en het geluid van de omlaag stortende watervallen lijkt overstemd te worden door gerommel en en geknars van rotsen en stenen. Eenieder beseft dat er maar één ding over blijft: vluchten of ondergaan met de stad.

De vluchtweg die jullie eerder vonden, langs de oude belastingdienst, biedt nu uitkomst. Terwijl hagedismannen en hobgoblins vechten om een lift naar boven (de riooldwergen worden boven met grof geweld de pot in gejaagd) flitsen jullie omhoog, en terwijl achter jullie de verrotte houten vloeren naar beneden storten klimmen jullie zo snel je kunt omhoog, omhoog, naar de hallen van de oude tempel van Mishakal.

Daar treffen jullie wederom een wonder: Tika! Ze slaapt in de armen van het standbeeld van Mishakal, diep en vredig als een kind. Caramon zinkt op zijn knieën, dankt de goede godin, en ook Goldmoon en Riverwind uiten hun dankbaarheid in gebed. Het geraas onder jullie lijkt hier niet door te dringen...een serene stilte omringt je. Dan ontdekken jullie nog een geschenk: rond de hals van het standbeeld (dat nu een stenen staf vasthoudt) prijkt een halsketting, met daaraan een bijzonder medaillon: een omgekeerde acht. Dit heilige symbool geeft jullie een richting en een eenduidige boodschap: hou vol, houdt hoop, en volg het licht!

Raistlin ziet het allemaal met lede ogen aan, maar weet iets beters dan zijn broer te overladen met sarcastische opmerkingen...hij heeft gevonden waar hij naar op zoek was...een antiek, groot boek, gebonden in nacht-blauw leer, en hij koestert het als geen andere schat...

Jullie besluiten hier even op adem te komen, en na een genezende nachtrust vertrekken jullie, op weg naar buiten, terug naar de beschaving. Jullie ontsnappen aan de moerassen aan de oever van de Nieuwe Zee, en trekken westwaarts, terug naar het oude dwergenfort op Forsaken Pass. Daar wacht jullie nieuw onheil...een troep hobgoblins, aangevoerd door de gevluchte Toede, verspert jullie de weg. Een hevige strijd ontwikkelt zich rond zonsondergang, maar jullie weten de hobgoblins te verslaan. Een paar weten er te ontkomen, en een van hen is hun aanvoerder: Toede op zijn pony.

Omdat jullie flink zijn toegetakeld kiezen jullie de veilige weg: een overnachting in het fort. De volgende ochtend volgen jullie het pad naar beneden, met een bocht naar het zuiden. Daar wacht jullie opnieuw een afgrijselijk gezicht: de nog smeulende ruïnes van Que-Shu, het eens zo trotse thuis van Goldmoon en Riverwind. Er is daar blijkbaar zwaar gevochten, want de lijken van mannelijke Que-Shu krijgers liggen overal, de ogen uitgepikt door de zwermen kraaien die het zwerk vervullen. Dan...in het midden, in de oude arena, zien jullie een omineuze boodschap.

Een dikke balk is met onnoemelijke kracht in de stenige grond gedreven, en daar bungelen ondersteboven twee lijken van half uiteen gescheurde hobgoblins. Ze hebben de restanten van rode uniformen aan. Boven hen is een groot houten schild opgehangen, waarin met iets scherps (een enorme klauw?) de volgende woorden zijn gekrast: "Dit gebeurt met hen die ongehoorzaam zijn. Geen gevangenen, zei ik." Het grimmige bericht is slechts ondertekend met de letter V.
Post Reply

Information

Moderators

Herzog